Brexit: “Dit vraagstuk vereist een gezamenlijke inzet”

“De Douane is zo goed als mogelijk voorbereid op een no-deal Brexit”, stelt programmadirecteur Brexit Hans Klunder. “Maar een ongestoord verloop van de logistieke processen daarna hangt niet alleen af van onze inspanningen.”

Bij de Douane zijn bergen werk verzet om de gevolgen van een no-deal Brexit zo goed als mogelijk op te vangen. Dat is de vaste overtuiging van Hans Klunder, programmadirecteur Brexit van Douane Nederland. “Maar een ongestoord verloop van de logistieke processen na een Brits vertrek zonder akkoord hangt niet alleen af van onze voorbereidingen. Van groot belang zijn ook de inspanningen van andere overheden en het bedrijfsleven.”

Klunder trad in het voorjaar van 2018 aan als programmadirecteur Brexit. Hij was toen al enkele jaren douanemanager: hij begon als plaatsvervangend directeur van de regio Schiphol Passagiers, om vervolgens directeur van Douane Roosendaal te worden. “Daar heb ik het echte douanewerk leren kennen”, zegt hij. Voordat hij zijn opwachting maakte bij de Douane, had Klunder al een lange mars door de overheidsinstituties achter de rug. Hij werkte bij respectievelijk de Koninklijke Marechaussee, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en het toenmalige agentschap CBI van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het werk van overheidsdiensten verbeteren ten behoeve van burgers en bedrijven – dat is in Klunders loopbaan altijd een voorname drijfveer geweest. “Toen zich de mogelijkheid aandiende om programmadirecteur Brexit te worden, hoefde ik dan ook niet lang na te denken. In deze baan komen immers heel veel zaken samen die ik boeiend en belangrijk vind: het verder brengen van een overheidsorganisatie, het besturen en begeleiden van een groot en zwaar veranderprogramma en het werken aan relevante, politiek-maatschappelijke kwesties.”

Glasheldere opdracht
De regeringsopdracht die Klunder als programmadirecteur meekreeg, was glashelder: bereid de Douane zo goed als mogelijk voor op de invoering van een no deal Brexit. Oftewel: een Brexit zonder terugtrekkingsakkoord. In dit worst case scenario wordt het Verenigd Koninkrijk van de ene op de andere dag een derde land, en moeten voor alle goederenzendingen van en naar het VK douaneformaliteiten worden vervuld. Klunder: “De boodschap van Den Haag aan de Douane was in essentie tweeledig: borg de continuïteit van de douaneprocessen in relatie tot de invoer, doorvoer en uitvoer van goederen tussen Europa en het VK, en veroorzaak geen onnodig economisch oponthoud. Een zo ongestoord mogelijk verloop van logistieke processen is immers in het belang van het Europese bedrijfsleven, de burgers in Europa en in het verlengde daarvan de Nederlandse economie.”

Impact-analyses
Om de gevolgen van Brexit in kaart te brengen, begon de Douane al in 2017 met het maken van impact-analyses. “Daaruit bleek dat onze dienst voor een grote uitdaging stond: een forse toename van de aangiftevolumes en het elektronisch berichtenverkeer, veel meer bedrijven die douaneklant worden, en een toenemend aantal reizigers voor wie douanetoezicht nodig is. En daarbij kwam nog de inrichting van nieuwe processen bij de ferry’s van en naar het VK. Voor de douane-organisatie betekende Brexit bovendien het werven en opleiden van veel aanvullend personeel: tussen de 750 en 930 extra formatieplaatsen, afhankelijk van de uiteindelijke handelsovereenkomst tussen EU en VK.”

Behalve de vereiste douaneformaliteiten brengt Brexit de invoering van veterinaire en fytosanitaire export- en importprocedures met zich mee. “Voor markttoegang en veiligheid moeten producten voldoen aan allerlei Europese en Britse regelgeving. Ook inspectiediensten als de NVWA krijgen dus te maken met meer controlewerk aan de grens.”

Op schema
De Brexit-datum van 31 januari 2020 nadert met rasse schreden. Maar een akkoord over een ordelijk vertrek van het VK is nog altijd niet in zicht. Daarmee is een no-deal Brexit nog steeds een zeer reëel scenario. Naar Klunders overtuiging is de Douane, binnen de gegeven kaders en randvoorwaarden, zo goed als mogelijk voorbereid op een Brexit zonder akkoord. “De werving en opleiding van nieuwe medewerkers ligt op schema. De nationale en Europese douanesystemen zijn gereed gemaakt om de gevolgen van Brexit te verwerken. Investeringen voor extra werkplekken, uitrusting, controlemiddelen en -locaties op de ferryterminals zijn gerealiseerd. En de meeste ferrybedrijven zijn nu al in staat om de douane-technische gevolgen van een no-deal Brexit op te vangen. Vrijwel allemaal zijn ze inmiddels aangesloten op het Port Community System van Portbase, essentieel voor een goede informatie-uitwisseling tussen vervoerders, terminals en Douane. Douaneformaliteiten kunnen daarmee geautomatiseerd worden afgehandeld.”

Externe onderzoeken van consultancybedrijven EY, Capgemini en Deloitte bevestigen inmiddels dat de inspanningen van de Douane zich hebben uitbetaald. “Dit betekent uiteraard niet dat we nu op onze lauweren gaan rusten”, stelt Klunder. “De periode tot Brexit Day benutten we om de puntjes op de i te zetten. Zo houden we nog droogoefeningen op de ferryterminals en testen we of onze IT-systemen per 31 januari 2020 nog steeds stabiel en Brexit-proof zijn. Ook blijft de Douane alle beschikbare communicatiemiddelen inzetten om bedrijven die nog niet goed zijn voorbereid tot actie te bewegen.”

Rijksbrede samenwerking
Klunder benadrukt dat de Douane de afgelopen jaren nauw heeft samengewerkt met andere overheidsdiensten om de schadelijke effecten van Brexit tot een minimum te reduceren. “Als voorbeeld noem ik de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – RVO – waarmee we onder meer het Brexit-loket en de Brexit Impact Scan hebben ontwikkeld, de uitgebreide regelhulp voor het bedrijfsleven. Om het ferryproces en de grenscontroles bij de zeehavens in goede banen te leiden en zo de kans op congestie zoveel mogelijk te verkleinen, is ook het Rijksbrede ferryoverleg in het leven geroepen. Daarin participeren wij met onder meer de ferrymaatschappijen, Portbase en het Havenbedrijf. En dan is er nog de Brexit Transport Tafel, een overleg gericht op de verkeerscirculatieplannen die met het oog op Brexit zijn ontwikkeld door Rijkswaterstaat. Deze moeten worden afgestemd met alle betrokken partijen: gemeenten, provincies, ferrymaatschappijen, havenbeheerders, politie, KMar, Douane en veiligheidsregio. Eén van de genomen maatregelen is de inrichting van buffer-parkeerlocaties bij de ferry- en shortsea-terminals. Daar kunnen vrachtwagens tijdelijk terecht die hun douanepapieren voor zeevervoer naar het VK nog niet op orde hebben. Ook met deze oplossing proberen we filevorming en congestie bij de zeehaven- en ferryterminals waar mogelijk te voorkomen.”

Ten slotte beklemtoont Klunder nog maar eens dat een ongestoorde logistiek na een no-deal Brexit niet alleen afhankelijk is van de maatregelen van de Rijksoverheid. “Willen we ons in Nederland optimaal voorbereiden, dan is van belang dat ook bedrijven tijdig in actie komen. Uiteindelijk zitten we allemaal in hetzelfde schuitje.”

Deel dit bericht