Grensverleggend: horden nemen in de blauwe stroom

Voor een steviger grip op goederen van onbekende en minder bekende bedrijven is één ding vooral van belang: een nog meer data-gedreven douanetoezicht.

Binnen de visie Grensverleggend gaat veel aandacht uit naar goederen van onbekende en minder bekende marktpartijen. Het betreft hier immers de grootste volumes, waaraan bovendien de meeste fiscale en veiligheidsrisico’s kleven. De Douane krijgt gaandeweg meer vat op deze zogenoemde blauwe stroom, op allerlei manieren. Voor een écht steviger grip is het van belang dat het toezicht van de dienst nog meer data-gedreven wordt. Die gewenste transitie vergt de nodige tijd en inspanning, weet handhavingsregisseur René Doolhoff.

Anders dan wel eens wordt verondersteld, bestaat de blauwe goederenstroom niet enkel uit niet-compliante bedrijven. “Van veel van deze actoren hebben we niet of nog niet kunnen vaststellen of ze hun douaneverplichtingen nakomen. Daarvoor hebben we eenvoudigweg nog te weinig zicht op hun handel en wandel”, vertelt Doolhoff. “Het komt bijvoorbeeld voor dat een expediteur met AEO-status aangifte doet namens een nieuwe klant die hij nauwelijks kent, en die ook bij ons niet bekend is. Dan behoort de betreffende goederenzending automatisch tot de blauwe stroom – en niet tot de groene stroom van bewezen betrouwbare marktdeelnemers.”

Stappen voorwaarts
De laatste jaren zijn zeker stappen voorwaarts gezet in het toezicht op de blauwe stroom, aldus Doolhoff. “Positief is onder meer de komst van vaste scan-opstellingen bij alle containerterminals op de beide Maasvlaktes, en de realisatie van de Rijks Inspectieterminal in Rotterdam en het Joint Inspection Center op Schiphol. Scannen van goederen is een eerste detectiemiddel, maar zeer effectief en efficiënt – want op genoemde locaties helemaal ingebed in het logistieke proces. Daarnaast is cameratoezicht – zoals het de afgelopen periode in de Rotterdamse haven en op de nationale luchthaven gestalte heeft gekregen – van grote waarde voor onze organisatie. Dankzij de goede publiek-private samenwerking op dit vlak hebben we grote delen van deze logistieke hubs scherp in beeld. Daarmee hebben we een extra instrument in handen om ons toezicht ter plekke te versterken, en krijgen we nuttige input voor onze risicoanalyse door het Douane Landelijk Tactisch Centrum. Bovendien gaat van al die camera’s die overal hangen een preventieve werking uit.”

En er is meer, volgens Doolhoff: “Zo helpt de WvP-tool (Werkverdeelpunten-tool, red.) ons om goederencontroles geautomatiseerd en dus doelmatiger te plannen. Verder hebben we onze medewerkers in het fysieke toezicht uitgerust met handheld scanners, en is er bijvoorbeeld een app gekomen voor het detecteren van verboden Chinese medicijnen. Applicaties voor de indeling van flora en fauna en andere typen goederen zijn in ontwikkeling. Douaniers kunnen hun werk kortom steeds sneller en doeltreffender uitvoeren.”

Zicht op aangiftegedrag
Een andere gunstige ontwikkeling is dat de Douane meer middelen in handen krijgt om het aangiftegedrag van bedrijven te monitoren en te beïnvloeden. Doolhoff: “De afgelopen jaren hebben we het project Kwaliteit van de Aangifte gedraaid, dat inmiddels onderdeel is van de staande organisatie. We analyseren welke velden in aangiften ten invoer problemen opleveren voor ondernemers, en proberen daar verbetering te realiseren. Daarnaast kunnen we onze business rules inzetten om inzicht te krijgen welke bedrijven veel aangiften doen die al aan het begin worden geweigerd door ons systeem AGS. Deze validatieregels herkennen bepaalde ongeldige combinaties in invulvelden – bijvoorbeeld een bescheidcode die niet bij een goederencode hoort. Zo’n aangifte wordt niet in behandeling genomen, maar gaat direct retour naar de indiener voor correctie. Als je bedenkt dat dit jaarlijks met 1,5 miljoen aangiften ten invoer of uitvoer gebeurt – 8% van het totaal – valt er dus veel te winnen. Wanneer we in beeld hebben wat er fout gaat, kunnen we bedrijven instrueren om voortaan beter op te letten. Dat scheelt hen extra administratieve lasten en verspilde tijd. En zelf kunnen we waardevolle kennis vergaren over die marktpartijen. Hebben ze gekwalificeerde mensen op hun aangifteproces zitten? Doen ze bewust of onbewust dingen verkeerd? Verdienen ze extra aandacht?”

Autodetectie in data
Wil de Douane serieus meters maken in het toezicht op de blauwe stroom, dan zal de dienst het echter ook over een andere – nog innovatievere – boeg moeten gooien, benadrukt Doolhoff. “Om de groeiende goederenvolumes te kunnen blijven beheersen, is het noodzakelijk fors in te zetten op autodetectie in goederen en data. We moeten geautomatiseerde systemen ontwikkelen die met behulp van Artificial Intelligence en machine learning zelfstandig afwijkingen van normaalpatronen in goederen- en gegevensstromen herkennen. Daar zijn we al wel enige tijd mee bezig. Er loopt bijvoorbeeld een project rond risicofilters, die het relatief hoge aantal false positives in onze traditionele risicoselectie moeten reduceren. Onze datawetenschappers hebben op basis van verzamelde historische gegevens enkele van die proeffilters gebouwd, waar de uitworp zogezegd nog eens doorheen gaat. Dan kan worden vastgesteld of een vermeend risico ook echt reëel is, en of het de moeite loont een partij goederen daadwerkelijk te controleren. Ons toezicht wordt daarmee scherper: we sturen minder snel een medewerker op pad voor een inspectie, en de kans op een hit bij zo’n check neemt toe. Dat is ook goed nieuws voor de buitenwereld, want het betekent minder onnodig oponthoud.”

“Nu is het filterproject onlangs even on hold gezet”, vervolgt Doolhoff. “Je ziet vaker dat dergelijke vernieuwende trajecten vertraging oplopen binnen onze dienst, omdat andere IT-issues voorrang krijgen. Als de gelimiteerde capaciteit voor automatisering wordt verdeeld, kijkt men eerst naar knelpunten waar de business vandaag last van heeft. Niet onlogisch natuurlijk, maar ik zou graag zien dat de organisatie innovatieve processen meer prioriteit geeft – die bepalen uiteindelijk toch de toekomst van ons toezicht. Bovendien moet je er intern draagvlak voor creëren; ervoor zorgen dat medewerkers warm worden en blijven voor een veelbelovende nieuwe werkwijze. Wanneer je dan de continuïteit uit zo’n ontwikkeling haalt, bestaat de kans dat ook het opgebouwde enthousiasme wegebt.”

Autodetectie in goederen
Een tweede spoor waarvan de Douane zoals gezegd veel verwacht, is de co-creatie van scanapparatuur die niet alleen beelden maakt maar deze ook beoordeelt op onregelmatigheden. Zelfdenkende systemen dus, die signaleren dat er bijvoorbeeld een mismatch is tussen de in de aangifte opgegeven en de feitelijk aanwezige goederen. Of dat er zaken in een container, koffer of postpakket zitten die verboden of vergunning-plichtig zijn. Doolhoff: “We werken al aan voorspellende modellen voor ons scan-arsenaal, op basis van algoritmen. Maar dat is niet zo eenvoudig. Wil je gaan forecasten, dan moet je je bijvoorbeeld baseren op een archief met heel veel bestaande beelden. De moeilijkheid is dat we die in het verleden niet hebben verzameld; dat vonden we toen niet nodig. Er werden opnamen gemaakt, die werden bekeken en daarna meteen gewist. Wat ons nu dan ook te doen staat, is op grote schaal scanbeelden opslaan voor hergebruik en analyse. Daaraan zitten echter weer allerlei formeel-juridische aspecten, die vooral zien op privacywetgeving: wat mogen we opslaan en delen? En hoe doen we dat op een veilige manier? Vraagstukken die nieuw zijn voor ons, en tijd vergen.”

“En dan is er nog iets wat stagnerend werkt”, gaat Doolhoff verder. “Om context te geven aan wat waarneembaar is op scanbeelden, dien je elk type object zogezegd te labelen – en wel zeer zorgvuldig. Geen betrouwbaar algoritme zonder gedegen datapreparatie, en dat is een bijzonder arbeidsintensief proces. Maar omwille van een goede uitworp moeten we onszelf die lange voorbereidingstijd gunnen. We willen straks geen programmatuur die het onderscheid niet ziet tussen een pistool en een föhn, om maar iets te noemen.”

Aansturen op omwenteling
Doolhoff onderstreept dat het cruciaal is dat de Douane zich vol overtuiging beweegt in de richting van een grotendeels data-gedreven handhavingsproces. “Dat is een fundamentele transitie, en een verantwoordelijkheid voor de hele organisatie. Iedere leidinggevende binnen de dienst moet deze stip op de horizon schetsen en er consequent op koersen. Met z’n allen moeten we data gaan vastleggen en opslaan – volledig, correct en eenduidig: de scan-operator zijn X-ray-beelden, de controleambtenaar zijn bevindingen uit inspecties, et cetera. We moeten onze methoden voor registratie en archivering nog meer standaardiseren en uniformeren, zodat we altijd over actuele, integere gegevens kunnen beschikken. En we moeten onze systemen optimaliseren, opdat ze al deze informatie snel kunnen verwerken. Het zou toch mooi zijn als we ooit near real-time bijvoorbeeld onze risicoprofielen kunnen aanpassen aan onze resultaten uit het toezicht. Dat is en blijft ons streefbeeld voor de langere termijn.”

E-commerce, een verhaal apart
Met e-commerce tekent zich binnen de blauwe stroom een fenomeen af dat de Douane fikse hoofdbrekens bezorgt. Doolhoff: “Door internetaankopen fragmenteert het totale grensoverschrijdende goederenverkeer. Al die postpakketjes stellen qua gewicht en waarde misschien niet zo veel voor, maar op artikelniveau en aangifteniveau leiden ze tot een enorme volumegroei. Nog los van die massaliteit blijkt dat de kwaliteit van de aangiften in deze sector nog behoorlijk te wensen overlaat. Al met al voldoet onze traditionele manier van profileren en fysiek controleren niet voor e-commerce. Daarom zijn we een afzonderlijk traject gestart om tot een specifieke aanpak te komen. We zoeken het daarbij vooral in een integrale benadering: intensieve samenwerking met Belastingdienst en FIOD in eigen land, en met andere douanediensten over de grens. Dat betekent samen speuren naar fraudesignalen, dossiers over marktpartijen opbouwen en eerder de strafrechtelijke weg bewandelen. Zo proberen we bedrijven tot compliant gedrag te bewegen.”

Deel dit bericht