Zorgen voor een zachte landing op Hollandse bodem

De Aanspreekpunten Potentiële Buitenlandse Investeerders van Douane en Belastingdienst maken bedrijven van over de grens wegwijs in ‘onze’ wetten, regels en procedures.

Ondernemers van over de grens die overwegen activiteiten te ontplooien in ons land, komen met hun fiscale en douane-gerelateerde vragen al gauw terecht bij Wiel Meessen, Martin de Graaf en Jan Meyboom (v.l.n.r. op de foto). Deze Aanspreekpunten Potentiële Buitenlandse Investeerders (APBI’s) maken bedrijven die bij hen aankloppen wegwijs in ‘onze’ wetten, regels en procedures. “We maken geen reclame, maar willen hen wel een positief zakelijk gevoel geven bij Nederland.”

Het ministerie van Economische Zaken zet zich ten zeerste in om het internationale bedrijfsleven te interesseren voor vestiging achter de dijken. Vanuit ambassades over de hele wereld proberen ambtenaren fabrikanten en dienstverleners warm te maken voor Nederland, en zo werkgelegenheid en economische activiteiten naar hier te leiden. Een organisatie die een voorname rol vervult in deze Holland-promotie, is de Netherlands Foreign Investment Agency. Wanneer de NFIA belangstelling heeft gewekt bij een buitenlands bedrijf voor mogelijke expansie in de polder, verwijst het agentschap zo’n partij op zeker moment ook door naar Douane en Belastingdienst. Daar vindt deze onderneming dan direct een serieuze gesprekspartner in de persoon van een APBI. “In de oriënterende fase en eventueel de periode daarna vormen wij dan het loket voor zo’n marktspeler; Martin namens de Belastingdienst, Jan en ik uit naam van de Douane”, vertelt Meessen. “Elke denkbare vraag op het vlak van fiscaliteit en douaneprocessen kan voorbijkomen. Wij weten het antwoord lang niet altijd zelf, maar kunnen wel steevast de specialisten vinden die helemaal thuis zijn in specifieke onderwerpen.”

Zekerheid vooraf
“Bedrijven hebben vaak behoefte aan heel praktische en tamelijk globale informatie”, stelt Meyboom. “Zoals: hoe lang duurt het voordat ik een vergunning heb geregeld? Of: zijn er verschillen in de snelheid van vrachtafhandeling tussen Schiphol en Rotterdam? Maar soms gaat het ook flink de diepte in, en wil men zeer gedetailleerde dingen weten. Omdat een potentiële buitenlandse investeerder in de regel maar even in Nederland is, en we zo’n partij doorgaans slechts één keer ontmoeten, spannen we ons in om dan meteen alle deskundigen die ertoe doen aan tafel te krijgen. Bijvoorbeeld iemand van ons Landelijk Waarde Team of ons Landelijk Oorsprong Team. Die kunnen buitenlandse ondernemers dikwijls in bepaalde mate zekerheid vooraf geven over hoe de douaneafhandeling van hun goederenstroom zal gaan verlopen – en dat is voor hen misschien wel het allerbelangrijkste. Ze zijn immers boven alles gebaat bij een voorspelbare logistiek. Wat dat betreft is men bij de Nederlandse douane aan het goede adres: wij overleggen en maken graag afspraken vooraf met onze klanten, als de situatie dat toelaat. Het zit ingebed in onze manier van doen en denken.”

Zuivere rol
Vanuit zijn fiscale expertise schuift ook De Graaf aan bij de gesprekken. “Zoals Jan en Wiel zorgen voor een zachte landing in de wereld van accijnzen, douanerechten en tariefindelingen, maak ik onze gasten wegwijs in de Nederlandse belastingpraktijk. Ik merk dat men het zeer op prijs stelt dat een vertegenwoordiger van de fiscus kan vertellen hoe wij hier de regels hanteren. Dat administratieve trajecten in ons land zo vlot mogelijk en op een reële manier worden geregeld. Dit kunnen we bovendien bevestigen op schrift. Dat laatste biedt bedrijven de nodige zekerheid vooraf.”

De Graaf benadrukt dat hij en zijn mede-APBI’s hun rol zeer zuiver houden: “We doen geen lobbywerk en maken geen reclame voor ons land; dat is de rol van EZ. Evenmin zijn we consultants; buitenlandse bedrijven dienen hun eigen adviseurs mee te brengen, voor zover zij daarvan gebruik wensen te maken. Maar we brengen in onze contacten wel graag de sterke en vaak unieke kanten van de Nederlandse aanpak voor het voetlicht.”
Meessen: “Van delegaties van buiten de EU krijgen we geregeld als feedback dat wij bijzonder dienstverlenend zijn ingesteld. Dat we communicatief zijn, en gedetailleerde informatie kunnen verstrekken – desgewenst toegespitst op individuele ondernemingen of bepaalde branches. Dat waardeert men zeer. Wij denken dan ook dat die houding uiteindelijk bijdraagt aan een goed vestigingsklimaat, economische groei en meer banen. Daar doen we het voor.”

Service liaisons
De Nederlandse douane is behalve een strenge toezichthouder op EU-grensoverschrijdende goederenstromen ook een facilitator van de internationale handel en logistiek. Allerlei functionarissen geven invulling aan die rol, onder wie de attachés die de dienst heeft gestationeerd op diverse plekken in de wereld (zie de reeks ‘Onze man in…’ in dit e-zine) en het hoofd handelsrelaties. Onder diens supervisie acteren APBI’s Meyboom en Meessen, als een soort service liaisons. Zij onderhouden contacten met veel externe organisaties, en werken binnen de eigen dienst nauw samen met onder meer de regionale Bedrijven Contact Punten en starterscoördinatoren. Die korte lijnen blijken vaak handig, bijvoorbeeld wanneer een potentiële buitenlandse investeerder zijn oog heeft laten vallen op een bepaalde stad of gebied als mogelijke vestigingsplaats.

Deel dit bericht