E-commerce: Brussel bemoeit zich met de btw

De EU komt per 1 januari 2021 met de zogenoemde ‘VAT e-commerce package’. Wat wijzigt er dan zoal in de internationale ‘online selling business’?

Een aantal fiscale aspecten van de wereldwijde internethandel heeft al jaren de warme aandacht van de EU: de bestaande btw-vrijstelling (voor goederen met een douanewaarde tot 22 euro) en het huidige stelsel van btw-afdracht voor grensoverschrijdende zendingen. Brussel wil beide hete hangijzers per 1 januari 2021 aanpakken met de zogenoemde VAT e-commerce package. Wat wijzigt er dan zoal in de online selling business? Een grove schets.

Over goederen van buiten de EU die via internet worden verhandeld beneden de vrijstellingsgrens wordt geen btw geheven. Maar liggen diezelfde producten hier in de winkel, dan zijn ze wél btw-plichtig. Lobbygroepen lopen namens het Europese bedrijfsleven al tijden te hoop in Brussel tegen deze – volgens hen – flagrante vorm van concurrentievervalsing. En uiteindelijk hebben ze gehoor gevonden: om de scheve situatie op te heffen en te komen tot een eerlijker mededinging wordt de btw-vrijstelling voor internetaankopen onder de 22-euro-drempel met ingang van 1 januari 2021 afgeschaft. Vanaf dan zijn identieke/vergelijkbare goederen van binnen en buiten de EU dus even zwaar belast en is sprake van een level playing field.

Addertje onder het gras
Dit besluit heeft vanzelfsprekend grote gevolgen, zowel voor het internationale bedrijfsleven als voor douanediensten binnen de hele Unie. Over een enorme hoeveelheid artikelen die voorheen buiten schot bleven, dient nu belasting te worden betaald – én ze moeten voortaan allemaal digitaal worden aangegeven. Voor de Douane betekent dit logischerwijs een forse toename van het aantal te verwerken aangifteregels, en dus meer hooi op de vork. Bovendien schuilt er nog een fiscaal addertje onder het gras. Te vrezen valt dat sommige ondernemers – nu ze over hun eerst onbelaste handelswaar btw gaan betalen – dan toch het liefst zo min mogelijk zullen willen afdragen. En dat ze die goederen daarom straks bewust tegen een te lage douanewaarde aangeven. Een serieus frauderisico, waarop de autoriteiten bedacht zullen moeten zijn.

Op de juiste plek
Dan het tweede punt waarmee de EU worstelt: de btw die nu wordt afgedragen voor goederen van buiten de Unie komt vaak elders terecht dan waar de onderhavige goederen feitelijk worden verbruikt. Het is niet ongebruikelijk dat btw wordt betaald in de lidstaat waar e-commerce-zendingen de Unie binnenkomen, en van waaruit ze veelal hun weg vervolgen naar andere landen. Maar die bestemmingslanden – waar de producten uiteindelijk worden geconsumeerd – zien doorgaans weinig tot niets terug van de geheven gelden. Ook in deze onwenselijke omstandigheid wil Brussel met ingang van 1 januari 2021 verandering brengen. Het geldende EU-stelsel voor btw-afdracht wordt dan aangepast. Hier voor in de plaats komt een systeem van herverdeling, dat moet waarborgen dat de btw in het vervolg op de juiste plek(ken) belandt.

Btw-afdracht bij aankoop
Binnen dit beoogde concept is een belangrijke plaats ingeruimd voor een nieuw verschijnsel: de zogenoemde Import One Stop Shop, kortweg IOSS. Als een niet-EU-leverancier straks kiest voor de IOSS-optie, betekent dit dat de consument die via zijn website een product koopt al op het moment van de aanschaf de btw van zijn thuisland dient te voldoen. Met deze transactie vloeit dit belastinggeld dus in eerste instantie naar het betreffende e-commerce-platform – bijvoorbeeld een Chinese online marktplaats. Wordt het bestelde artikel op een zeker ogenblik aangegeven bij een Europese douanedienst (in de regel door de vertegenwoordiger van de niet-EU-leverancier, zoals diens logistiek dienstverlener of een post- of koeriersbedrijf), dan moet worden vermeld dat het valt onder de IOSS-regeling.* Op die manier is duidelijk dat er inmiddels btw over is betaald, en wordt niet nogmaals een heffing bij invoer opgelegd. De partij die de aangifte verzorgt, heeft hiervoor een speciaal en uniek IOSS-VAT-nummer nodig, dat tegen die tijd beschikbaar zal zijn.

Zak met euro’s
De online ondernemer die de btw ontvangt, is verplicht deze in de loop van de volgende maand over te hevelen richting de EU. Hij doet hiertoe – twaalf maal per jaar dus – aangifte bij de belastingdienst van de lidstaat waar hij met zijn IOSS-VAT-nummer geregistreerd staat** (dit kan een ander land zijn dan waar de goederen de Unie binnenkomen). Plat gezegd ontvangt de betreffende fiscus maandelijks een zak met euro’s, plus een bijlage waarin precies staat hoe die over de verschillende belanghebbende lidstaten moet worden herverdeeld. Om te verifiëren of de juiste bedragen zijn afgedragen bij de diverse belastingadministraties, worden deze vergeleken met de desbetreffende invoergegevens van douanediensten. In Brussel wordt momenteel gewerkt aan een systematiek om dit mogelijk te maken.

Werk aan de winkel
Vóór het nieuwe stelsel operationeel is, moet nog het nodige werk worden verzet – zowel op overkoepelend Europees level als in de afzonderlijke lidstaten. Zo moet de EU zorgen voor onder meer een goed draaiende en veilige database voor de IOSS-VAT-nummers. Op nationaal niveau – ook in ons land – zullen belasting- en douanediensten zich moeten inspannen om onder meer adequaat informatie met elkaar te (kunnen) delen. Brussel heeft er vertrouwen in dat dit alles vóór 1 januari 2021 zal zijn geregeld, en verwacht dat het leeuwendeel van alle e-commerce-zendingen vanaf die datum kan worden afgevangen met het voorziene systeem.

* Niet elk goed komt hiervoor in aanmerking. Voorwaarde is dat het product in rechtstreeks vervoer is richting de geadresseerde, een waarde heeft van maximaal 150 euro en niet accijns-plichtig is.

* Met het oog op administratieve lastenbeperking hoeft de ondernemer zich maar in één land te registreren. Hij hoeft bovendien alleen daar btw te betalen.

Ook post-exploitanten gaan aangiften indienen
Zoals gezegd krijgt de Douane per jaar tientallen miljoenen aangifteregels extra te verwerken, als de btw-vrijstelling vervalt. Dit komt vooral doordat postal operators dan zendingen op een ‘normale’ manier gaan aangeven. Nu mogen zij nog aangifte doen door – zoals dat juridisch heet – ‘enige andere handeling’. In praktijk komt het er op neer dat een postbedrijf geen administratieve aangifte-inspanning hoeft te leveren; het is voldoende als het de Douane bijvoorbeeld simpelweg wijst op gereedstaande containers met poststukken. Straks dient de onderneming ‘gewoon’ digitaal aangiften ten invoer in te dienen.

Deel dit bericht